homepagina studentenkamers studentenkamers vakantieverblijven weekendverblijven mijn selectie pandbeheer nederlands français - under construction english - under construction
spacer spacer spacer
spacer
 
Cookie maken:  
 Registreer u hier.
Home arrow Wetgeving Wetgeving
 
 Wetgeving

  Wetgeving algemeen
  Specifieke reglementering
  Het politiereglement

Voor studentenkamers bestaat er geen specifieke Belgische wetgeving. De woninghuurwet is immers niet van toepassing op studentenkamers, omdat ze alleen geldt voor woningen die dienst doen als hoofdverblijfplaats.
De meeste verhuurders staan het daarom ook niet toe dat je als student op het adres van je kamer bent gedomicilieerd. Er bestaat wel een gewestelijke en / of lokale reglementering.


1.1. Gewestelijk niveau
Het Vlaams gewest heft minimale kwaliteits- en veiligheidsnormen vastgelegd waaraan kamers en studentenkamers moeten voldoen. De veiligheids- en kwaliteitsnormen waaraan een studentenkamer moet voldoen, werden bij decreet van 4 februari 1997 vastgelegd.
Het decreet heeft betrekking op al dan niet gemeubileerde kamers en studentenkamers ; voor beide zijn er specifieke normen. Hieronder hebben we enkele bepalingen uit het decreet verklaard om meer duidelijkheid te geven en misverstanden te voorkomen.

Kamer:
Woning waarin een of meer van de volgende voorzieningen ontbreken : wc, bad of douche, kookgelegenheid en waarvan de bewoners voor deze voorzieningen afhankelijk zijn van de gemeenschappelijke ruimtes in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt.

Studentenkamer:
Elke individuele kamer in een studenten- of studentengemeenschapshuis.

Studentenhuis:
elke gebouw of deel ervan waarin een of meer kamers worden te huur gesteld of verhuurd aan een of meer studenten, met inbegrip van de gemeenschappelijke ruimtes.

Studentengemeenschapshuis:
Elk gebouw of deel ervan dat door een of meer personen integraal wordt gehuurd en (onder)verhuurd aan een of meer studenten.

Gemeenschappelijke ruimte:
deel van de kamerwoning of van het studenten- of studentengemeenschapshuis aangewend als zitplaats en / of keuken met inbegrip van de interne circulatieruimte en de eventuele sanitaire voorzieningen.

Om een beeld te geven van de normen voor het Vlaamse Gewest hebben we deze in een overzichtstabel geplaatst. Vlaanderen Toepassing al dan niet gemeubileerde kamers en studentenkamers Minimale oppervlakte 12 m² voor een studentenkamer bewoond door 1 persoon, 18 m² indien bewoond door 2 personen, 8 m² als de aanvraag van een conformiteitsattest geschiedt voor 01/09/2001. De plafondhoogte moet ten minste 2,20 meter zijn.

Gezondheid en hygiëne:
  • De studentenkamer moet rechtstreeks licht en buitenlucht ontvangen door ten minste 1 te openen vertikaal venster of dakvenster. De oppervlakte van alle vensters mag niet minder dan 1 m² bedragen.
  • Per 6 studenten moet er een wc met waterspoeling en reukafsnijder zijn.
  • De studentenkamer moet een wastafel met stromend water, afvoer en reukafsnijder hebben.
  • Er moet een ruimte voor onderhoudsmateriaal ter beschikking zijn van de studenten.
  • Elektrische installaties, verlichting, verwarming De studentenkamer moet voldoende en veilige elektriciteitsinstallaties hebben voor de verlichting en het veilig gebruik van elektrische toestellen.
  • De studentenkamer moet voldoende en veilige verwarming of de nodige toe- en afvoerkanalen hebben.
  • Enkel centrale verwarming, elektrische toestellen en luchtdichte gastoestellen met schoorsteen- of gevelafvoer zijn toegelaten.
Nog even vermelden dat tevens aan de vereisten inzake brandveiligheid, stabiliteit en bouwfysica moet voldaan worden. Ook de individuele levenssfeer wordt belangrijk geacht, dit onder meer door de ligging, de inrichting en de rechtstreekse toegankelijkheid van het gehuurde goed. Verder zijn dit nog enkele bijkomende specifieke normen voor studentenkamers uit het Vlaams decreet.

Ieder studenten- of studentengemeenschapshuis moet beschikken over:
  • een gemeenschappelijke ruimte. Wanneer in een studentenkamer geen kookmogelijkheden aanwezig zijn, moeten de bewoners ervan over gemeenschappelijke kookmogelijkheid beschikken in een gemeenschappelijke ruimte. De oppervlakte van deze ruimte moet ten minste 1,5 m² per bewoner van een studentenkamer zijn, zonder minder te mogen bedragen dan 6 m². De vrije hoogte tussen plafond en vloer moet ten minste 2,20 m bedragen;
  • een ruimte voor de berging van evenveel fietsen als er studentenkamers zijn;
  • een bad of douche per 10 studenten.

1.2. Lokaal niveau
Sommige steden vaardigden voor studentenkamers een politiereglement uit. Dit reglement is aanvullend aan de gewestelijke normen, en moet eveneens nageleefd worden.

up Top

Niet enkel in de kwaliteits- en veiligheidsnormen maar ook betreffende de verhuurvergunning, legt Het Vlaams Gewest eisen op. In Vlaanderen heeft men het over een conformiteitsattest van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de kamerwoning, het studenten- of studentengemeenschapshuis gelegen is. Er gaat wel een onderzoek aan vooraf.

Indien het College geen beslissing neemt binnen de 90 dagen na het indienen van de aanvraag, wordt aan de verhuurder een conformiteitsattest met de vermelding 'impliciete inwilliging' verleend. Het conformiteitsattest is 10 jaar geldig. Het conformiteitsattest stelt de conformiteit met de gestelde normen van elke studentenkamer afzonderlijk en van de kamers in studenten- en studentengemeenschapshuizen vast.

Het conformiteitsattest voor kamerwoningen bepaalt het maximum aantal bewoners ; het attest voor studenten- of studentengemeenschapshuizen bepaalt het maximum aantal studenten. Het bepaalt tevens het maximum aantal toegelaten bewoners per kamer of studentenkamer. Ook de richthuurprijs wordt vermeld in het conformiteitsattest. Een afschrift van het attest moet op een zichtbare plaats aangebracht worden. Indien de verhuurder geen conformiteitsattest kan voorleggen en tevens niet voldoet aan de normen, wordt hij gestraft met een geldboete van 2,48 EUR tot 247,89 EUR. Indien hij geen conformiteitsattest kan voorleggen, maar wel voldoet aan de normen, volgt er geen sanctie.




Decreet houdende de kwaliteits -en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers (B.S. 7 maart 1997) is van toepassing op elk gebouw of deel van een gebouw waarin één of meer kamers worden te huur gesteld met inbegrip van de gemeenschappelijke ruimtes de kamer heeft een minimale hoogte tussen vloer en plafond van 2,2 meter en heeft een oppervlakte van ten minste 12 m² wanneer ze wordt bewoond door één persoon. Bij gebrek aan gemeenschappelijke ruimtes (kookgelegenheid, bad of stortbad) dient de minimale oppervlakte telkens verhoogd te worden met 3m² indien er een gemeenschappelijke keuken aanwezig is, dient deze ruimte een oppervlakte te hebben van minstens 1,5 m² per bewoner, zonder minder te mogen bedragen dan 6m² iedere studentenwoning moet per groep van 10 studenten beschikken over een bad of stortbad en per groep van 6 bewoners over een toilet, tevens dient er een fietsenberging aanwezig te zijn voor evenveel fietsen als er studentenkamers zijn.


Naast het conformiteitsattest blijft het politiereglement op de kamerwoningen, reeds in voege sinds 1990, geldig. De controles gebeuren in samenwerking met de brandweer, en betreffen hoofdzakelijk de brandveiligheid. Aan de hand van de geregistreerde aangiften wordt contact opgenomen met de verantwoordelijke van het gebouw (meestal eigenaar) en wordt een afspraak gemaakt voor een controlebezoek. Twee controleurs inspecteren in aanwezigheid van de eigenaar (verantwoordelijke) het pand. Hiervan wordt een verslag opgemaakt. Indien werken noodzakelijk zijn, wordt een voorstel overgemaakt aan de heer burgemeester tot tijdelijke afwijking. Werken die onmiddellijk moeten worden uitgevoerd: aanpassingswerken aan gasinstallaties; aanbrengen van blusmiddelen; plaatsen van een detectie-installatie; werken in verband met ontruiming van het gebouw (vluchtwegen). Voor aanpassingswerken aan structuren van het gebouw kan uitstel worden verleend.

Voor registratie en informatie betreffende kamerwoningen kan u terecht op de pagina "nuttige adressen".

up Top


Sinds 1 november 1998 is een nieuwe wetgeving van toepassing op verhuurde woningen in het Vlaams gewest. Hoofddoel is de verbetering van de woonkwaliteit. Verschillende regels voor verschillende soorten woningen De regels voor zelfstandige woningen zijn in hoofdzaak terug te vinden in de Vlaamse wooncode. Voor kamers is het kamerdecreet van toepassing. Een woning wordt beschouwd als een kamerwoning indien de bewoner één of meer basisvoorzieningen moet delen met de bewoners van andere woningen in hetzelfde gebouw. De drie basisvoorzieningen zijn: een wc (aangesloten op de riolering), een bad of douche met koud en warm water, en een kookgelegenheid (=een gootsteen met koud water en een aansluiting voor een kooktoestel). Een woning die niet als kamerwoning kan beschouwd worden, is een zelfstandige woning. De nieuwe regels zijn van toepassing voor alle woningen in het Vlaams gewest. De praktische toepassing en controle op de naleving van de nieuwe wetgeving gebeuren door het gemeentebestuur van de plaats waar de woning gelegen is.


Het is een bewijs dat de woning aan de kwaliteitsnormen voldoet. Het attest is niet verplicht, maar het geeft de verhuurder wel extra zekerheid. Het bevestigt immers dat de woning aan de Vlaamse kwaliteitsnormen voldoet inzake veiligheid, gezondheid en kwaliteit.


Je verhuurt woningen of je bent van plan woningen te verhuren, dan kan je beroep doen op de Cel Woonbeleid voor: Verstrekken van informatie omtrent de wetgeving op conformiteitsattesten Uitvoeren van conformiteitsonderzoeken Adviseren van (kamer)verhuurders met het oog op het verkrijgen van een conformiteitsattest Doorverwijzen van huurders en verhuurders naar gespecialiseerde organisaties (voor huurwetgeving, contracten, kamers zoeken, etc.).


Het conformiteitsattest kan zowel door verhuurders van gewone huurwoningen als van kamerwoningen aangevraagd worden. Enkel verhuurders van gebouwen met een bepaalde ouderdom kunnen een aanvraag indienen. Tot 1 november 2002 kan je alleen voor gebouwen van vóór 1919 of van na 1998 een conformiteitsattest aanvragen. Vanaf 1 november 2002 geldt dat ook voor gebouwen tussen 1919 en 1945. Dit geldt NIET als een woning ongeschikt of onbewoonbaar is verklaard. Verhuurders van dergelijke woningen vragen best zo spoedig mogelijk een conformiteitsattest aan. Zo kan de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid opgeheven worden na aflevering van het conformiteitsattest.

up Top

Het aanvraagformulier is bij de Cel Woonbeleid te verkrijgen. Het conformiteitsattest wordt aangetekend aangevraagd door de verhuurder of persoonlijk in ruil voor een ontvangstbewijs. De aanvraag moet gericht zijn aan het college van burgemeester en schepenen. Als het dossier volledig is, neemt het college een beslissing : bij kamers 90 dagen na de ontvangstdatum bij andere woningen 60 dagen na de ontvangstdatum. De aanvraag gebeurt op een daartoe bestemd aanvraagformulier, en is vergezeld van een summier schema van het gebouw. Het attest blijft 10 jaar geldig. Wel wordt het ingetrokken als bij een controle zou blijken dat de woning niet langer conform is aan de gestelde regelgeving. Gebouwen van vóór 1919 worden het eerst gecontroleerd. Vanaf 1 november 2002 volgen de gebouwen van vóór 1946, en vanaf 1 november 2007 de gebouwen van vóór 1962. Voor de afgifte van een attest dient een forfaitaire vergoeding betaald te worden: 12,39 EUR per kamer, maar met een minimum van 61,97 EUR per gebouw 61,97 EUR per zelfstandige woning. De controles gebeuren door een technisch controleur van de cel woonbeleid. Wordt hem tweemaal de toegang geweigerd, dan vervalt de aanvraag. Is het attest eenmaal uitgereikt, dan kunnen zowel de gemeentelijke als de gewestelijke ambtenaren een controlebezoek doen. De eventuele intrekking van het attest gebeurt pas na een aanmaning, waarop de verhuurder nog een termijn van maximum 6 maand krijgt om zijn woningen in orde te brengen.


Je krijgt de kans om voor jouw huurwoningen een conformiteitsattest aan te vragen. Dit attest is niet verplicht, maar het geeft je wel extra zekerheid: de verhuurder wordt met dit attest beschermd tegen een mogelijke sanctie. Voor welke tekortkomingen kan je een sanctie oplopen of wanneer wordt de aflevering van het conformiteitsattest geweigerd? Er kunnen tekortkomingen zijn aan jouw woning en/of het gebouw zelf. Bij de controle komt eerst het gebouw aan bod. De beoordeling is beperkt tot enkele elementaire aspecten. Het gaat hier om zichtbare gebreken aan de binnenkant van het gebouw. Vooral stabiliteit is belangrijk, maar ook ernstige risico's op brand, elektrocutie of ontploffing van elektrische gas of stookolie-installaties worden meegerekend. Nadat het hele gebouw aan de binnenkant is gecontroleerd, komt elke woning of kamer aan de beurt. De controleur bekijkt vooral de muren, vloeren, plafonds en binnenstructuur (onder meer vocht, verwering van ramen). Daarnaast neemt de controleur de installaties en het comfort onder de loep: elektriciteit, sanitair, verwarming, licht, luchtkwaliteit en toegankelijkheid. Anderzijds kan jouw woning technisch in orde zijn, maar is ze onaangepast voor het aantal bewoners ervan. Je woning kan te klein zijn. Of misschien zijn er te weinig basisvoorzieningen in verhouding tot het aantal bewoners van de woning. Er moet bijvoorbeeld één gemeenschappelijke wc zijn per groep van 6 bewoners zonder wc in de eigen kamer. Als er in een gebouw 10 dergelijke kamers verhuurd worden en er is slechts één gemeenschappelijke wc aanwezig, zal er maar een conformiteitsattest afgeleverd kunnen worden voor 6 kamers. Vier kamers zijn dan niet conform op basis van te weinig wc's. De conformiteit van een woning wordt beoordeeld met strafpunten, volgens criteria opgesteld door het Vlaamse gewest.


Eigenaars van niet conforme woningen moeten de nodige renovatie-en verbeteringswerken uitvoeren of de woning slopen of een andere bestemming geven als renovatie niet tot de mogelijkheden behoort. Huurwoningen die niet conform zijn met de Vlaamse regels en toch worden verhuurd, krijgen een boete. Voor zelfstandige woningen ligt de boete tussen € 247,89 en € 1983,14 per woning. Voor kamers ligt de boete tussen € 495,78 en € 49 578,70 per gebouw.

up Top



Artikel 1
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder: kamerwoning: een gebouw waarin 3 personen of meer die niet tot hetzelfde gezin behoren voor een bepaalde periode (langer dan 14 dagen) beschikken over een ruimte, al dan niet gemeubeld, om te bewonen (te overnachten); verblijven: voor een bepaalde periode (langer dan 14 dagen) beschikken over een ruimte, al dan niet gemeubeld, om te bewonen (te overnachten); verantwoordelijke: eigenaar, vruchtgebruiker, hoofdhuurder of enig ander natuurlijke of rechtspersoon die de in dit reglement bedoelde woonruimte ter beschikking stelt; gezin: een persoon die alleen leeft of twee of meer personen die, al dan niet door familiebanden verbonden, gewoonlijk eenzelfde woning betrekken en samenleven; belangrijke woning: een gebouw waarin tien of meer personen, niet behorende tot hetzelfde gezin, verblijven of dat meer dan twee verdiepingen telt boven de gelijkvloerse verdieping; kelderverdieping: verdieping waarvan het plafond lager ligt dan 100 cm boven maaiveld; woonruimte: de voor individuele bewoning bestemde ruimte, met uitsluiting van gang, inkomhal, trapzaal, gemeenschappelijke kook- en wasgelegenheid, w.c., e.d.; onveilige huisvesting: woonruimte gelegen in een gebouw waarin een exploitatie is gevestigd waardoor het brandrisico verhoogd wordt (bv. restaurants, frituren, garages, e.d.).

Artikel 2
Dit reglement is van toepassing op alle gebouwen waarin 3 personen of meer verblijven die niet tot hetzelfde gezin behoren. Dit reglement is niet van toepassing op: gedeelten van gebouwen van kloostergemeenschappen die uitsluitend gebruikt worden voor de leden van die gemeenschappen; gebouwen waarvoor door de wetgever speciale voorwaarden inzake brandveiligheid en/of hygiëne worden opgelegd; erkende onthaalcentra; meergezinshuizen.

Artikel 3
Het is verboden in een door dit reglement bedoeld gebouw te laten wonen indien het gebouw niet voldoet aan de in dit reglement vastgestelde normen. Artikel 4 Het maximum aantal personen (N) dat in een gebouw mag verblijven is beperkt tot: N = (Y x Z) : 20 waarbij Y = aantal m2 bebouwde oppervlakte Z= aantal bouwlagen (kelderverdieping en zolder niet meegerekend) Artikel 5 De verantwoordelijke voor de in dit reglement bedoeld gebouw zal binnen de 15 dagen te rekenen vanaf de dag dat in het gebouw 3 personen of meer, zoals bedoeld in art. 2, verblijven hiervan aangifte doen op het politiecommissariaat van de wijk waar het gebouw is gelegen. Bij deze aangifte dient te worden vermeld: het aantal woonruimtes en hun bewoonbare oppervlakte; het aantal bewoners; de aard van de gebruikte materialen indien de oorspronkelijke indeling van het gebouw door plaatsing van tussenwanden werd veranderd; de aanwezigheid in het gebouw van een gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichting, of van een andere exploitatie waardoor het brandrisico verhoogd wordt. Elke wijziging van de in de aangifte gemelde toestand dient binnen de 15 dagen aan op het in al. 1 genoemde politiecommissariaat te worden meegedeeld.

up Top

artikel 6.1
De muren, vloeren en zolderingen moeten uit moeilijk brandbare materialen bestaan die minstens 1/2 uur weerstand bieden aan het vuur.

Artikel 6.2
De steunmuren en verticale steunelementen moeten uit onbrandbare materialen vervaardigd zijn zodat zij minstens 2 uur weerstand bieden aan het vuur.

Artikel 6.3
Per verdieping dient buiten de normale uitgang minstens één vluchtweg aanwezig te zijn. Als nooduitgang wordt aanvaard: een metalen noodladder aan de buitenzijde van het huis, een terras of afdak, een kroonlijst met een breedte van minstens 75 cm. Deze nooduitgang moet voor alle bewoners van de verdieping bereikbaar zijn. In belangrijke huizen moet elke vluchtweg duidelijk zichtbaar aangegeven worden.

Artikel 6.4
Per verdieping moet minstens één gebruiksklare en niet vervallen poederblusser of muurhaspel voorhanden zijn op een gemakkelijk te bereiken plaats. De afstand tussen elke woonruimte en de poederblusser of muurhaspel mag maximum 20 m bedragen.

Artikel 6.5
In gevallen van onveilige huisvesting kunnen bijzondere veiligheidsvoorschriften worden opgelegd.


Artikel 7.1
De trappen moeten minstens 70 cm breed zijn. De wanden en vloeren van het trappenhuis moeten uit onbrandbare materialen bestaan. De deuren die op het trappenhuis uitgeven evenals de beglaasde panelen moeten een brandweerstand hebben van 1/2 uur. Deuren van gemeenschappelijke ruimten die op het trappenhuis uitgeven moeten opengaan in de richting van de vluchtweg en automatisch sluiten (deurpomp of veer).

Artikel 7.2
Op ieder niveau van het trappenhuis dient een rookdetectie-installatie te zijn aangebracht.

Artikel 7.3
In belangrijke huizen moet in het hoogste gedeelte van het trappenhuis een buitenraam met dun vensterglas of een automatisch rookluik zijn aangebracht.

Artikel 7.4
De trap die toegang geeft tot de kelderverdieping mag niet in het verlengde liggen van de rest van het trappenhuis tenzij die trap volledig afgesloten is.

Artikel 7.5
De trappen en gangen moeten over hun volledige breedte vrij blijven. Er mogen geen hinderende voorwerpen geplaatst worden.

Artikel 7.6
In elk belangrijk gebouw moet een gemakkelijk bereikbare fietsenberging ter beschikking zijn van de bewoners.

Artikel 7.7
In een belangrijk huis moeten trappen, trappenhuis en gangen voorzien zijn van een autonome veiligheidsverlichting. Deze moet, binnen de 30 seconden nadat de normale verlichting uitvalt, automatisch in werking treden en dit gedurende 1 uur.

up Top

Artikel 8.1
Ongeacht de beperking opgelegd in art. 4 dient elke woonruimte een oppervlakte van minstens 9 m2 en een luchtinhoud van minstens 20 m3 te hebben. Woonruimten waarin gekookt wordt dienen een oppervlakte van minstens 12 m2 te hebben.

Artikel 8.2
Elke woonruimte moet een rechtstreekse toegang hebben en voorzien zijn van een slotvaste deur en een buitenraam dat vanuit de kamer kan geopend worden en waardoor evacuatie mogelijk is. De toegangen tot het gebouw moeten voorzien zijn van een slotvaste deur.

Artikel 8.3
In elke woonruimte moeten minstens één vaste lichtbron en twee stopkontakten geplaatst zijn. In elke woonruimte moet de gezamelijke opening van de vensters minimum 1/10de van de oppervlakte van de vloer bedragen.

Artikel 8.4
Er moet hetzij in de verhuurde kamers afzonderlijk kookgelegenheid zijn, hetzij in het gebouw een keuken ter beschikking gesteld worden van de kamerhuurders. Deze keuken is verplicht van zodra 10 personen het huis bewonen. Zij moet minstens 20 m2 groot zijn, uitgerust zijn voor het aantal huurders en voorzien zijn van ventilatie die niet storend is voor de bewoners.


Artikel 9.1
In de kelderverdieping mag geen woonruimte ingericht zijn.

Artikel 9.2
In de kelderverdieping mag geen brandbaar materiaal of afval opgestapeld worden, tenzij dit gebeurt in een daartoe speciaal ingerichte ruimte, opgetrokken uit onbrandbare materialen en afgesloten met deuren die een brandweerstand hebben van 1/2 uur.

Artikel 9.3
In een belangrijk huis moet in de onmiddellijke nabijheid van de toegangstrap een duidelijke schets van de kelderverdieping aangebracht zijn; daarop moeten de plaats van de lokalen met verhoogd brandrisico (stookplaats, gasmeter, e.d.), evenals de toegang zelf tot de kelderverdieping op een opvallende wijze aangeduid zijn.

up Top

Artikel 10.1
Enkel elektrische verlichting is toegestaan. Elektrische leidingen en toestellen dienen geplaatst te zijn volgens de voorschriften van het A.R.E.I. (Algemeen Reglement op de Electrische Installaties).

Artikel 10.2
Vaste of verplaatsbare lichtbronnen mogen nooit afgedekt worden met brandbaar materiaal.

Artikel 10.3
Gasleidingen en -toestellen moeten geplaatst zijn volgens de regels van het goede vakmanschap.

Artikel 10.4
Het gebruik van gas in houders is slechts toegelaten indien geen aansluiting op het gasdistributienet mogelijk is.

Artikel 10.5
Gashouders met propaangas worden steeds in open lucht geplaatst. Verwarmings- en warmwatertoestellen

Artikel 11.1
Elektrische apparaten mogen alleen gebruikt worden wanneer het voedingsnet daarop voorzien is.

Artikel 11.2
Het gebruik van verwarmings- en warmwatertoestellen met verbrandingsgassen die niet afgevoerd worden naar buiten door een onbrandbaar rookkanaal met smeltpunt boven de 800°C is verboden. Uitzondering hierop kan worden gemaakt voor een warmwatertoestel uitsluitend gebruikt in de keuken, voor zover de ruimte waarin het toestel geplaatst is behoorlijk kan verlucht worden.

Artikel 11.3
De verantwoordelijke moet de schoorstenen waarop toestellen voor vaste of vloeibare brandstoffen zijn aangesloten jaarlijks reinigen. Hij moet regelmatig, en minstens 1 maal per jaar, en met een tussentijd van ten hoogste 12 maanden, de goede werking van alle schoorstenen en toestellen controleren.

Artikel 11.4
Het gebruik van verplaatsbare verwarmingstoestellen met vaste of vloeibare brandstoffen is verboden.

Artikel 11.5
De reservevoorraad brandstof mag niet binnenshuis gestapeld worden tenzij in de kelderverdieping overeenkomstig art. 9.2.


Artikel 12.1
Kookplaten moeten, wanneer ze gebruikt worden, geplaatst zijn op een plaat in onbrandbaar materiaal met een brandweerstand van een uur of op een aangepaste staalplaat. Deze plaat moet minstens 20 cm uitsteken buiten de randen van het toestel.

Artikel 12.2
Elektrische kookfornuizen met groot vermogen en gasfornuizen moeten duurzaam bevestigd en aangesloten worden. De temperatuur van de vloer waarop en de wand waartegen deze toestellen geplaatst zijn mag nooit boven de 50°C stijgen, zoniet moeten wanden en/of vloer beschermd worden door platen in onbrandbare of moeilijk warmtegeleidende materialen.

Artikel 12.3
In de onmiddellijke nabijheid van elk kooktoestel moet een poederblusser of een emmer gevuld met zand staan.

up Top

Artikel 13
In een belangrijk huis zal de verantwoordelijke een lijst met veiligheidsvoorschriften, te volgen in geval van brand of ongeval, opstellen.

Artikel 14
De verantwoordelijke zal een afschrift van de in art. 5 bedoelde aangifte op een voor alle bewoners toegankelijke plaats aanbrengen. Hetzelfde geldt voor de voorschriften voor het gebruik van verwarmings-, waterverwarmings- en kooktoestellen, evenals voor de veiligheidsmaatregelen te nemen in geval van brand of andere ongevallen. Een afschrift dient tevens te worden overhandigd aan elke huurder individueel, die voor ontvangst moet tekenen.


Artikel 15
Dit reglement doet op geen enkele wijze afbreuk aan de bevoegdheden inzake veiligheid en openbare gezondheid die ingevolge wettelijke bepalingen aan de burgemeester of een ander orgaan zijn toevertrouwd.

Artikel 16
Op verzoek van de verantwoordelijke kan de burgemeester afwijkingen toestaan voor bestaande gebouwen. De toelating tot afwijking kan beperkt worden in de tijd en kan overeenkomstig art. 16 afhankelijk gesteld worden van de naleving van bijkomende veiligheidsvoorschriften.


Artikel 17
Ongeacht de straffen voorzien bij overtreding van andere wetten en reglementen wordt elke inbreuk op dit reglement bestraft met politiestraffen.


Artikel 18
Dit politiereglement is in werking getreden op 1 september 1990

Bron: www.kotatgent.be.
up Top
:: © 2005 huurnet.be :: Legal Disclamer :: Design & Development by Affix.be ::
  Uw link hier! 
spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer spacer